vrijdag 25 maart 2011

'Sterker nog, ik verbied het u’

Bij het ontbijt vertellen we de eigenaar, Ton Hagemeijer, dat we die dag ‘het rondje’ doen op de fiets. Mariënburg, Alkmaar, Tamanredjo, Peperpot, Meerzorg. ‘Het rondje?, vraagt hij. Dat zou ik u ten zeerste afraden, sterker nog, ik verbied het u’. ‘Het is te gevaarlijk, want een deel van de route gaat over de oost-westverbinding en daar rijden ze als gekken met 140 km’  (maximum snelheid is 80) We kijken hem bedremmeld aan. Wat nu? Erik (‘ik hou wel van een beetje autoriteit’) vraagt of er een alternatief is. En dat is er. Een stukje terugrijden en dan linksaf over de Pronkweg. ‘U ziet het vanzelf, want iedereen gaat daar linksaf’. Hagemeijer geeft de weg aan op een kaart van het oude plantagegebied die we meekrijgen. 

Wielerploeg Overijssel klaar voor vertrek
Er is niet veel verkeer en we peddelen rustig de ongeveer 25 km naar Meerzorg. Peperpot slaan we over. Die extra 10 km is ons te veel bij deze temperaturen. Het laatste stuk gaat toch nog over de oost-westverbinding, maar het valt mee met de gekken. Bij Meerzorg moeten  we weer een bootje nemen, want sinds de ‘Bosjesbrug’ er ligt, vaart er geen veer meer. Er is plotseling een korte, hevige regenbui en veel wind. Op het water slingert het bootje heen en weer en het komt nauwelijks vooruit. We moeten ons stevig vasthouden.

De fietsen slingeren mee op de golven van de Surinamerivier
Het is een beetje eng, maar ik ga ervan uit dat de schipper dit vaker heeft gedaan en weet wat hij doet. We varen langs het wrak van de Goslar, een in 1943 tot zinken gebracht Duitse koopvaardijschip dat op een zandbank in de rivier ligt, stampen en slingeren nog even verder en bereiken veilig de overkant. Ik haal opgelucht adem. Naar de Waterkant voor een snack en een drankje en over de Gompertstraat terug naar huis. Erik post nog even een laatste ansichtkaart, Ing en ik doen een paar boodschappen voor het ontbijt en vallen dan ook neer. ’s Avonds een laat afscheidsdiner met Edith en Sharda, die langdurig in de file staat vanwege een anti-discriminatie demonstratie. Ing en Ton vertrekken morgen. Het zal stil zijn.

donderdag 24 maart 2011

Paradijs aan de Commewijnerivier

De tweedaagse fietstocht is onevenredig verdeeld. Dag 1 twintig kilometer, dag 2 veertig. Dat komt omdat we per se in Frederiksdorp willen overnachten, een must volgens Lodewijk. We maken de rugzakken vast op de bagagedragers met de door het fietsverhuurbedrijf verstrekte binders. Alleen voor Erik zijn die er niet. Hij bedenkt een ingenieuze manier om zijn rugzak vast te binden. Het meegebrachte tornmesje komt goed van pas. We fietsen naar Leonsberg om ons in te schepen naar de overkant. Op de andere oever inspecteren we of alle bagage goed vastzit en in niet al te hoog tempo fietsen we achter en soms

Inspectie van de bagage
naast elkaar door het rustgevende landschap. Wuivende kokospalmen en papayabomen langs de weg, veel omoe snesies en een enkele visdrogerij. Het verkeer houdt over het algemeen rekening met die rare bakra’s (blanken) die zo nodig moeten fietsen. Surinamers lopen en fietsen niet, dat is voor arme mensen. Al om 12.15 zijn we bij de steiger waar we een bootje naar Frederiksdorp nemen met nog vier andere rare, maar deftig sprekende Hollanders op de fiets. Frederiksdorp is een oude koffieplantage, waarvan de prachtig gerestaureerde gebouwen dienstdoen als hotel en appartementen.

De steiger van Frederiksdorp
De eigenaar en uitbater is een Nederlandse Surinamer die na zijn dienstplicht in Suriname is blijven ‘hangen’, met een Surinaamse is getrouwd. Samen runnen ze het bedrijf. We kunnen meteen aan de lunch.  Daarna maken Ing, Ton en Astrid een wandeling naar het 500 meter verderop gelegen Margritadorp v.v . Erik gaat ‘een slaapje doen’. In de middag maken Erik en Astrid een verkenningstocht over de plantage, raken vast in de tokkotokko (kleiachtige modder) en komen smerig terug in het appartement.

Ing en Ton 'in' het restaurant
In de vooravond bestellen de heren een jonge en een Parbootje en de dames een fles witte wijn. Als echte kolonialen zitten we op de veranda met uitzicht op de voormalige gevangenis, nu het restaurant. Na het meer dan verrukkelijke avondeten zitten we in het donker te mijmeren op de veranda. We luisteren naar de geluiden van de nacht. We hebben het gevoel in het paradijs te zijn beland.

Onze appartementen, 5 en 6

woensdag 23 maart 2011

Een dagje rust voor Astrid en Erik

Wie kan er nee zeggen tegen een spontaan verzoek van Astrid om verslag te doen van de onze wederwaardigheden van vandaag...
Vanochtend zijn Ingrid en ik, met het boekje in de hand, de Paramaribo-stadstoer gaan maken.
Na onze aankomst, Holi Pagwah en Nickerie, weer een geweldige ervaring.
De route begon in fort Zeelandia waar we geconfronteerd werden met historische vondsten van het begin van de jaartelling tot en met de plaats waar in 1982 vele stappen terug werden gemaakt in het democratisch proces.
Een bijzondere gewaarwording was het eindpunt te bezoeken van zoveel onfortuinlijke reizen uit voornamelijk Nederlandse handelsposten in Ghana.
Dan natuurlijk de vele historische gebouwen zoals ministeries, handelshuizen en kerken.
De kathedraal, zojuist gerestaureerd, is een buitengewone ervaring, geheel uit hout opgetrokken.
Voor techneuten een uitdagende constructie, voor kathedraal-liefhebbers een uniek bouwwerk en ook de devotie wordt niet te kort gedaan.
Daarna, zoals Erik en Astrid al schreven, de moskee en de synagoge vredig naast elkaar (foto volgt) laat zien hoe het ook kan. Na nog meer straten met mooi opgeknapte, naast totaal vervallen, historische panden de Waterkant opgezocht en via het Kabinet van de President de weg gevonden naar het fietsenverhuurbedrijf alwaar we 2 degelijke ex nl fietsen huurden, waar we op dit moment op stappen om een hapje te gaan eten.  

De stem van Prem

En wat doen Erik en Astrid op hun ‘vrije’ dag? Ze zoeken een uur naar een postkantoor om postzegels te kopen voor de ansichtkaarten naar Nederland. Bij Telesur worden we verwezen naar een bijkantoor in de buurt. ‘U rijdt terug via de Thurkowstraat en gaat bij de tweede brug, aan de andere kant van de kreek, naar links en meteen daarna naar rechts. Dan ziet u weer een kreek en daar gaat u naar links. U kunt het niet missen’. Intussen is Erik, die buiten op me staat te wachten, aan de praat geraakt met een aardige meneer, die ook uitlegt hoe we bij het postfiliaal moeten komen. ‘Het is in de Poseidonstraat’. We volgen de aanwijzingen, maar vinden geen postkantoor. We klampen een Hindoestaanse man aan in driekwartbroek, die ons vertelt dat het postkantoor al geruime tijd geleden is verhuisd naar de Gompertstraat. We rijden er probleemloos naar toe. Het kantoor wordt bemand door één persoon en er zijn geen andere klanten. Voor elke kaart krijg ik drie postzegels, want ‘een zegel van 21 SRD cent hebben we niet’. 

We kunnen aan onze fietstocht door Blauwgrond en Morgenstond beginnen. We hebben nog geen tien minuten gefietst of Erik wordt aangesproken door een Javaanse man, die uit Enschede blijkt te komen. Wij lopen een stukje met hem mee. Hij logeert bij zijn ouders op Blauwgrond en vliegt morgen terug. Voor de deur van zijn ouderlijk huis nemen we afscheid.
Onze fietstocht voert ons door onbekend Paramaribo en langs wijken in aanbouw en eindigt rond het middaguur. Geen praatjes meer onderweg, wel twee keer schuilen tegen de regen.

Nieuwbouwwijk Morgenstond
Thuis is Audrey nog bezig met het schoonmaken van het appartement. Ik bied haar iets te drinken aan en maakte een praatje met haar.  Zij doet een opleiding voor crècheleidster en Lilian is haar stagebegeleidster.

Audrey mopt de keuken-/zitkamervloer
 ’s Avonds met Ing en Ton naar warung Pawiro gelopen. Als we terugkomen  toetert bij Edith voor de deur een auto. In de veronderstelling dat het Sharda is die thuiskomt, beginnen we enthousiast te zwaaien, maar als we dichterbij komen zien we dat het haar auto helemaal niet is. Als het bezoek vertrekt en afscheid neemt, hoor ik het bekende stemgeluid van Prem. Als hij in Suriname is, gaat hij altijd bij Edith (‘Zus Ed’, zijn nicht) langs, die hem mede heeft opgevoed. Dat deel van de opvoeding is in elk geval geslaagd.

dinsdag 22 maart 2011

Via Groningen en Calcutta terug naar Paramaribo

We willen nog naar de markt om fruit te kopen en een blik op en in Nickerie te werpen, maar het regent constant zo hard dat de moed ons in de schoenen zinkt. Uitgecheckt, de auto ingeladen en teruggereden naar Paramaribo, via de weg langs de Nickerierivier. Hier en daar liggen autowrakken in het water en staan mannetjes langs de weg die op hun onderarm arm wijzen. Daarmee geven ze de grootte aan van de kwikwi’s (een hard geschubde vis die met schubben en al wordt klaargemaakt) die ze verkopen. De dode hond midden op de weg ligt er nog steeds. Het natuurgebied Bigi Pan ligt er verlaten bij. In Coronie ‘drinken we een cocosnoot’ en kopen we fruit bij een kraam waar Edith de eigenaresse aanspreekt met ‘oma’.

Helaas geen papaya, wel andere lekkernijen
De zo door Ing gewenste papaya is niet te krijgen. De zon is gaan schijnen en Edith en Ton continueren de revue. In Groningen blijkt het idyllische River Café waar we willen lunchen gesloten. Een ambtenaar van Openbare Werken verwijst ons naar een verderop gelegen warung, waar we net voor sluitingstijd aankomen. We mogen nog eten en de saotosoep smaakt voortreffelijk. De kokkin doet mij denken aan Imun, onze Indonesische hulp in Amsterdam. Haar dochtertje van de kokkin, dat op de hogere fröbelschool zit, ruimt de tafel af. Sharda rijdt ons in Paramaribo nog naar de Stefanootstraat, de Coppenamestraat en de Theodorusstraat, waar Piet en Wies en - in de Theodorusstraat het hele gezin - hebben gewoond.

Theodorusstraat
Ons oude huis is ingeklemd tussen andere huizen, maar achter op het erf staat nog steeds het huis van huisbaas Banwarie. Sharda zet ons voor de deur af. ’s Avonds eten we een broodje kaas en iedereen, behalve ik, rolt vroeg zijn bed in. Het waren voor mij twee enerverende dagen.

maandag 21 maart 2011

Stad aan de rivier - Nieuw Nickerie

1We vertrekken om 10.30, een half uur later dan gepland, want het busje dat Sharda van haar vriendin kon lenen bleek niet gekeurd en haar eigen auto had een lekke band die nog moest worden geplakt. De oost-westverbinding is nieuw voor mij, in mijn tijd ging je nog ‘buitenom’ met de Perica, een afgedankte Nederlandse (veer?)boot, waarop iedereen zeeziek werd. Tegen de misselijkheid nam je kakaston (letterlijk: poepsteen, vanwege het keutelige uiterlijk), een gedroogde, gezouten pruim.
De weg is redelijk, goed geasfalteerd, alleen kuilen in Saramacca. Sharda rijdt. 

Onderweg door springvloed veel ondergelopen huizen
Onderweg door de springvloed veel ondergelopen huizen en erven. Verder genieten we van het uitzicht en van Ton en Edith, die op de achterbank een Snip en Snaprevue opvoeren. In Coronie lunchen we met rijst-/nassi-/bami-kip en een Parbootje of water. In Nickerie waan je je in de Flevopolder. Geen graan- of maïs-, maar rijstvelden en in plaats van bonte koeien bruine, maar de gelijkenis is treffend. In Nieuw Nickerie aangekomen, wil ik meteen de nostalgische wandeling maken waarvoor ik ben gekomen. Dus inchecken en wegwezen.

De Kanaalstraat 
Via de Kanaalstraat naar de Gouverneurstraat. De eerste stop is bij Elias, vroeger een manufacturenwinkel, nu een goed lopende handelsonderneming. Vandaar naar ons ‘eerste huis’ op de hoek van de Gouverneurstraat en de Wixstraat. Het is bijna onherkenbaar mooi opgeknapt en de huidige bewoners hebben aan de zijkant een tuintje aangelegd.

Het 'eerste' huis
In de tijd dat wij er woonden was het huis lichtblauw en beneden zat de winkel van Fjônfjôn, een Chinees met een hazenlip. Hoe hij in werkelijkheid heette, weet ik niet. Fjônfjôn was zijn bijnaam vanwege zijn spraakgebrek. Dan naar het tweede huis. Ik schrik me rot. Van ‘tante’ Lotje had ik al gehoord dat er een casino in zat, maar ze had er niet bij verteld dat het huis volkomen vervallen is. De benedenverdieping, waar meneer Dilrosun ooit kantoor hield, is nu geheel in beslag genomen door Lotto en andere gokmogelijkheden. 

Het tweede huis werd gokkantoor
Het balkon is verdwenen en aan de zijkant, waar de trap naar onze verdieping was, is een stuk aangebouwd. Op het erf hebben de knippa- en sterappelbomen plaatsgemaakt voor mangobomen en kokospalmen. Het doet een beetje pijn om het huis er zo bij te zien liggen. Godzijdank is de Muloschool in ongeschonden staat. De gebouwen zien er nog hetzelfde uit als begin jaren zestig, alleen zijn de lokalen niet meer open, maar zitten er louvredeuren voor. Ook de bel hangt er nog. 

Ook de bel hangt er nog
Mijn vader vond die bel destijds maar onzin. Hij was niet blij met het regime van het nieuwe hoofd, meneer Leliënveld, een creool die de vlaggenparade ’s-ochtends had ingevoerd en pa suggereerde dat we een foto van meneer Leliënveld boven de bel moesten plakken met daaronder de tekst: In Zwitserland dragen alle koeien een bel. We hebben het niet gedaan.
Van de school naar het huis van ‘the black shadow’, de bijnaam die mijn vader voor mijn zwarte vriendje Johnny Watson had bedacht. In de kamer onder het huis kreeg ik mijn eerste echte zoen. Door naar ‘Bikini’, waar je kon zwemmen, voetballen, volleyballen, midgetgolfen en badminton spelen, dat laatste in het clubgebouw. Er is niets van over. De ruïne van de open bar staat er nog, het zwembad is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een poel, en de overblijfselen van de kleedhokjes zijn er nog. Wat een trieste aanblik. 

De verlaten open bar van Bikini
We lopen via de Achterstraat terug naar het hotel en eten 's avonds bij Pak Hap.

Ing inspecteert bij Pak Hap de tjap tjoy met buitenlandse groente

Geïnteresseerd in Nickerie en zijn geschiedenis? Lees dan hier verder. Kies links de link 'Over Nickerie'.

zondag 20 maart 2011

Kleine foto-impressie van de viering van Holi Phagwa

De voorpret

Chautaal muzikanten 

De wandeling er naar toe

Ingrid en Astrid vol gesmeerd

De aankomst en het subh holi wensen

Het komisch duo

Het andere komisch duo
Eten!