zondag 27 maart 2011

Een Chiller bij Torarica

We wachten op een telefoontje van nicht Ingrid met wie we een provisorische afspraak hebben voor vandaag. Als we om 11.00 nog niet van haar hebben gehoord, ga ik ervan uit dat de afspraak niet doorgaat. In plaats daarvan nemen we tante Rita mee voor de Chiller die ze zo graag nog met ons bij ’t Vat wil drinken. Sharda rijdt ons in haar pick-up naar de stad. Tante Rita is er al en komt ons vanaf ’t Vat tegemoet lopen. Ik kijk om me heen en denk: ‘Wil ik wel op dit terras zitten met al die internettende mensen.’ Ik vind het ongezellig en als ik Erik hoor zeggen dat plat pratende Nederlanders wel het laatste is waarop hij zit te wachten, stel ik voor naar Torarica te gaan dat aan de andere kant van de weg ligt. Daar krijg ik de handen voor op elkaar. Langs het zwembad liggen een hoop mensen te ‘bakken’ en aan tafeltjes worden cocktails gedronken. Wij lopen door naar het terras aan het water waar het rustig is.

Het is goed toeven op de pier bij Torarica
Tante Rita vertelt over mijn overgrootvader Jules Faerber, planter op Margarethenburg, die een relatie kreeg met zijn zwarte huishoudster, mijn overgrootmoeder. De kinderen uit deze verbintenis, onder wie mijn grootvader, kregen de naam Buitenman. Faerber was getrouwd, maar zijn vrouw had hem niet willen volgen naar de tropen. Er passeren nog veel meer familieleden de revue en het aantal tantes en ooms, neven en nichten neemt gestaag toe. Tot de tweede graad kan ik het nog wel volgen, maar bij de Jenny’s en Marlene’s van de derde graad raak ik het spoor bijster.
We willen gaan eten bij Mixed Foods, vlakbij Fort Zeelandia, maar dat blijkt gesloten. We besluiten naar De Waag te gaan, waar een Italiaan zit. In het parkje bij het Fort staat Tante Rita plotseling stil, doet de hengsels van haar tas uit elkaar en ritst hem open. ‘Ik heb geld hoor, kijk hier m’n portemonnee.’ Sharda en ik sommeren haar bijna om de tas dicht te doen, maar de ‘vrijerende’ jongeren hebben geen belangstelling voor tante’s portemonnee. Tante heeft niet eerder Italiaans gegeten en weet niet wat ze zal kiezen. Sharda stelt voor om samen een paella te nemen, weliswaar niet Italiaans, maar het komt dicht bij moksi alesi. Of tante het echt lekker vindt?

zaterdag 26 maart 2011

Don Julio en donna Laura

Om 3.00 wakker geworden met hoofd- en keelpijn en een verstopte neus. Acuut verkouden? Ik neem twee paracetamollen en kan niet meer slapen. Om 07.30 gaan strijken wanneer Ton en Ing naar Telesur zijn om hun instapkaarten te printen. Na het ontbijt gaan zij pakken en wij lezen wat. Edith komt nog langs om afscheid te nemen en met Ton een paar grappen te maken. Ook voor haar zal het stil zijn, want zusje en zwager zijn niet van die uitbundige grappenmakers.

Snip en Snap, alias Edith en Ton
De taxi van Ashruf Airport Service komt op tijd voorrijden, Ing en Ton zijn ineens weg en ik vergeet het vertrek vast te leggen. Wij proberen na de lunch wat slaap in te halen. Om 16.30 hebben we een afspraak met Laura Spoor in de Tokaistraat om te kijken naar de appartementen ‘Donna Laura’ die zij verhuurt. Laura is getrouwd met de Surinaamse Jules. Vier jaar geleden is zij hier komen wonen en werken. ‘Ik wil hier nooit meer weg’. Jules runt Hacienda Don Julio in Leonsberg.
De appartementen zijn klein, maar gezellig. Het grootste zou voor ons geschikt zijn, maar heeft helaas geen mogelijkheid om buiten te zitten. Het is bovendien semi permanent verhuurd aan een kok van Torarica. We krijgen thee en boterkoek en worden getrakteerd op een muggenaanval.
Weer thuis laten we ons de jonge jenever met ijs en de Corenwijn goed smaken. Tegen zevenen komt Lilian aanwaaien, die foto’s van ons wil maken voor haar gastenboek. Ze drinkt een glaasje wijn mee en om 20.00 stel ik voor dat ze blijft voor de boterham. Ze neemt het aanbod aan. We eten in het donker, want we doen mee met de wereldwijde actie om energie te besparen, die in Suriname plaatsvindt van 20.30 tot 21.30. Van Lilian horen we nog een paar spannende roddels, maar die zijn hier niet voor herhaling vatbaar.  

vrijdag 25 maart 2011

'Sterker nog, ik verbied het u’

Bij het ontbijt vertellen we de eigenaar, Ton Hagemeijer, dat we die dag ‘het rondje’ doen op de fiets. Mariënburg, Alkmaar, Tamanredjo, Peperpot, Meerzorg. ‘Het rondje?, vraagt hij. Dat zou ik u ten zeerste afraden, sterker nog, ik verbied het u’. ‘Het is te gevaarlijk, want een deel van de route gaat over de oost-westverbinding en daar rijden ze als gekken met 140 km’  (maximum snelheid is 80) We kijken hem bedremmeld aan. Wat nu? Erik (‘ik hou wel van een beetje autoriteit’) vraagt of er een alternatief is. En dat is er. Een stukje terugrijden en dan linksaf over de Pronkweg. ‘U ziet het vanzelf, want iedereen gaat daar linksaf’. Hagemeijer geeft de weg aan op een kaart van het oude plantagegebied die we meekrijgen. 

Wielerploeg Overijssel klaar voor vertrek
Er is niet veel verkeer en we peddelen rustig de ongeveer 25 km naar Meerzorg. Peperpot slaan we over. Die extra 10 km is ons te veel bij deze temperaturen. Het laatste stuk gaat toch nog over de oost-westverbinding, maar het valt mee met de gekken. Bij Meerzorg moeten  we weer een bootje nemen, want sinds de ‘Bosjesbrug’ er ligt, vaart er geen veer meer. Er is plotseling een korte, hevige regenbui en veel wind. Op het water slingert het bootje heen en weer en het komt nauwelijks vooruit. We moeten ons stevig vasthouden.

De fietsen slingeren mee op de golven van de Surinamerivier
Het is een beetje eng, maar ik ga ervan uit dat de schipper dit vaker heeft gedaan en weet wat hij doet. We varen langs het wrak van de Goslar, een in 1943 tot zinken gebracht Duitse koopvaardijschip dat op een zandbank in de rivier ligt, stampen en slingeren nog even verder en bereiken veilig de overkant. Ik haal opgelucht adem. Naar de Waterkant voor een snack en een drankje en over de Gompertstraat terug naar huis. Erik post nog even een laatste ansichtkaart, Ing en ik doen een paar boodschappen voor het ontbijt en vallen dan ook neer. ’s Avonds een laat afscheidsdiner met Edith en Sharda, die langdurig in de file staat vanwege een anti-discriminatie demonstratie. Ing en Ton vertrekken morgen. Het zal stil zijn.

donderdag 24 maart 2011

Paradijs aan de Commewijnerivier

De tweedaagse fietstocht is onevenredig verdeeld. Dag 1 twintig kilometer, dag 2 veertig. Dat komt omdat we per se in Frederiksdorp willen overnachten, een must volgens Lodewijk. We maken de rugzakken vast op de bagagedragers met de door het fietsverhuurbedrijf verstrekte binders. Alleen voor Erik zijn die er niet. Hij bedenkt een ingenieuze manier om zijn rugzak vast te binden. Het meegebrachte tornmesje komt goed van pas. We fietsen naar Leonsberg om ons in te schepen naar de overkant. Op de andere oever inspecteren we of alle bagage goed vastzit en in niet al te hoog tempo fietsen we achter en soms

Inspectie van de bagage
naast elkaar door het rustgevende landschap. Wuivende kokospalmen en papayabomen langs de weg, veel omoe snesies en een enkele visdrogerij. Het verkeer houdt over het algemeen rekening met die rare bakra’s (blanken) die zo nodig moeten fietsen. Surinamers lopen en fietsen niet, dat is voor arme mensen. Al om 12.15 zijn we bij de steiger waar we een bootje naar Frederiksdorp nemen met nog vier andere rare, maar deftig sprekende Hollanders op de fiets. Frederiksdorp is een oude koffieplantage, waarvan de prachtig gerestaureerde gebouwen dienstdoen als hotel en appartementen.

De steiger van Frederiksdorp
De eigenaar en uitbater is een Nederlandse Surinamer die na zijn dienstplicht in Suriname is blijven ‘hangen’, met een Surinaamse is getrouwd. Samen runnen ze het bedrijf. We kunnen meteen aan de lunch.  Daarna maken Ing, Ton en Astrid een wandeling naar het 500 meter verderop gelegen Margritadorp v.v . Erik gaat ‘een slaapje doen’. In de middag maken Erik en Astrid een verkenningstocht over de plantage, raken vast in de tokkotokko (kleiachtige modder) en komen smerig terug in het appartement.

Ing en Ton 'in' het restaurant
In de vooravond bestellen de heren een jonge en een Parbootje en de dames een fles witte wijn. Als echte kolonialen zitten we op de veranda met uitzicht op de voormalige gevangenis, nu het restaurant. Na het meer dan verrukkelijke avondeten zitten we in het donker te mijmeren op de veranda. We luisteren naar de geluiden van de nacht. We hebben het gevoel in het paradijs te zijn beland.

Onze appartementen, 5 en 6

woensdag 23 maart 2011

Een dagje rust voor Astrid en Erik

Wie kan er nee zeggen tegen een spontaan verzoek van Astrid om verslag te doen van de onze wederwaardigheden van vandaag...
Vanochtend zijn Ingrid en ik, met het boekje in de hand, de Paramaribo-stadstoer gaan maken.
Na onze aankomst, Holi Pagwah en Nickerie, weer een geweldige ervaring.
De route begon in fort Zeelandia waar we geconfronteerd werden met historische vondsten van het begin van de jaartelling tot en met de plaats waar in 1982 vele stappen terug werden gemaakt in het democratisch proces.
Een bijzondere gewaarwording was het eindpunt te bezoeken van zoveel onfortuinlijke reizen uit voornamelijk Nederlandse handelsposten in Ghana.
Dan natuurlijk de vele historische gebouwen zoals ministeries, handelshuizen en kerken.
De kathedraal, zojuist gerestaureerd, is een buitengewone ervaring, geheel uit hout opgetrokken.
Voor techneuten een uitdagende constructie, voor kathedraal-liefhebbers een uniek bouwwerk en ook de devotie wordt niet te kort gedaan.
Daarna, zoals Erik en Astrid al schreven, de moskee en de synagoge vredig naast elkaar (foto volgt) laat zien hoe het ook kan. Na nog meer straten met mooi opgeknapte, naast totaal vervallen, historische panden de Waterkant opgezocht en via het Kabinet van de President de weg gevonden naar het fietsenverhuurbedrijf alwaar we 2 degelijke ex nl fietsen huurden, waar we op dit moment op stappen om een hapje te gaan eten.  

De stem van Prem

En wat doen Erik en Astrid op hun ‘vrije’ dag? Ze zoeken een uur naar een postkantoor om postzegels te kopen voor de ansichtkaarten naar Nederland. Bij Telesur worden we verwezen naar een bijkantoor in de buurt. ‘U rijdt terug via de Thurkowstraat en gaat bij de tweede brug, aan de andere kant van de kreek, naar links en meteen daarna naar rechts. Dan ziet u weer een kreek en daar gaat u naar links. U kunt het niet missen’. Intussen is Erik, die buiten op me staat te wachten, aan de praat geraakt met een aardige meneer, die ook uitlegt hoe we bij het postfiliaal moeten komen. ‘Het is in de Poseidonstraat’. We volgen de aanwijzingen, maar vinden geen postkantoor. We klampen een Hindoestaanse man aan in driekwartbroek, die ons vertelt dat het postkantoor al geruime tijd geleden is verhuisd naar de Gompertstraat. We rijden er probleemloos naar toe. Het kantoor wordt bemand door één persoon en er zijn geen andere klanten. Voor elke kaart krijg ik drie postzegels, want ‘een zegel van 21 SRD cent hebben we niet’. 

We kunnen aan onze fietstocht door Blauwgrond en Morgenstond beginnen. We hebben nog geen tien minuten gefietst of Erik wordt aangesproken door een Javaanse man, die uit Enschede blijkt te komen. Wij lopen een stukje met hem mee. Hij logeert bij zijn ouders op Blauwgrond en vliegt morgen terug. Voor de deur van zijn ouderlijk huis nemen we afscheid.
Onze fietstocht voert ons door onbekend Paramaribo en langs wijken in aanbouw en eindigt rond het middaguur. Geen praatjes meer onderweg, wel twee keer schuilen tegen de regen.

Nieuwbouwwijk Morgenstond
Thuis is Audrey nog bezig met het schoonmaken van het appartement. Ik bied haar iets te drinken aan en maakte een praatje met haar.  Zij doet een opleiding voor crècheleidster en Lilian is haar stagebegeleidster.

Audrey mopt de keuken-/zitkamervloer
 ’s Avonds met Ing en Ton naar warung Pawiro gelopen. Als we terugkomen  toetert bij Edith voor de deur een auto. In de veronderstelling dat het Sharda is die thuiskomt, beginnen we enthousiast te zwaaien, maar als we dichterbij komen zien we dat het haar auto helemaal niet is. Als het bezoek vertrekt en afscheid neemt, hoor ik het bekende stemgeluid van Prem. Als hij in Suriname is, gaat hij altijd bij Edith (‘Zus Ed’, zijn nicht) langs, die hem mede heeft opgevoed. Dat deel van de opvoeding is in elk geval geslaagd.

dinsdag 22 maart 2011

Via Groningen en Calcutta terug naar Paramaribo

We willen nog naar de markt om fruit te kopen en een blik op en in Nickerie te werpen, maar het regent constant zo hard dat de moed ons in de schoenen zinkt. Uitgecheckt, de auto ingeladen en teruggereden naar Paramaribo, via de weg langs de Nickerierivier. Hier en daar liggen autowrakken in het water en staan mannetjes langs de weg die op hun onderarm arm wijzen. Daarmee geven ze de grootte aan van de kwikwi’s (een hard geschubde vis die met schubben en al wordt klaargemaakt) die ze verkopen. De dode hond midden op de weg ligt er nog steeds. Het natuurgebied Bigi Pan ligt er verlaten bij. In Coronie ‘drinken we een cocosnoot’ en kopen we fruit bij een kraam waar Edith de eigenaresse aanspreekt met ‘oma’.

Helaas geen papaya, wel andere lekkernijen
De zo door Ing gewenste papaya is niet te krijgen. De zon is gaan schijnen en Edith en Ton continueren de revue. In Groningen blijkt het idyllische River Café waar we willen lunchen gesloten. Een ambtenaar van Openbare Werken verwijst ons naar een verderop gelegen warung, waar we net voor sluitingstijd aankomen. We mogen nog eten en de saotosoep smaakt voortreffelijk. De kokkin doet mij denken aan Imun, onze Indonesische hulp in Amsterdam. Haar dochtertje van de kokkin, dat op de hogere fröbelschool zit, ruimt de tafel af. Sharda rijdt ons in Paramaribo nog naar de Stefanootstraat, de Coppenamestraat en de Theodorusstraat, waar Piet en Wies en - in de Theodorusstraat het hele gezin - hebben gewoond.

Theodorusstraat
Ons oude huis is ingeklemd tussen andere huizen, maar achter op het erf staat nog steeds het huis van huisbaas Banwarie. Sharda zet ons voor de deur af. ’s Avonds eten we een broodje kaas en iedereen, behalve ik, rolt vroeg zijn bed in. Het waren voor mij twee enerverende dagen.