maandag 21 maart 2011

Stad aan de rivier - Nieuw Nickerie

1We vertrekken om 10.30, een half uur later dan gepland, want het busje dat Sharda van haar vriendin kon lenen bleek niet gekeurd en haar eigen auto had een lekke band die nog moest worden geplakt. De oost-westverbinding is nieuw voor mij, in mijn tijd ging je nog ‘buitenom’ met de Perica, een afgedankte Nederlandse (veer?)boot, waarop iedereen zeeziek werd. Tegen de misselijkheid nam je kakaston (letterlijk: poepsteen, vanwege het keutelige uiterlijk), een gedroogde, gezouten pruim.
De weg is redelijk, goed geasfalteerd, alleen kuilen in Saramacca. Sharda rijdt. 

Onderweg door springvloed veel ondergelopen huizen
Onderweg door de springvloed veel ondergelopen huizen en erven. Verder genieten we van het uitzicht en van Ton en Edith, die op de achterbank een Snip en Snaprevue opvoeren. In Coronie lunchen we met rijst-/nassi-/bami-kip en een Parbootje of water. In Nickerie waan je je in de Flevopolder. Geen graan- of maïs-, maar rijstvelden en in plaats van bonte koeien bruine, maar de gelijkenis is treffend. In Nieuw Nickerie aangekomen, wil ik meteen de nostalgische wandeling maken waarvoor ik ben gekomen. Dus inchecken en wegwezen.

De Kanaalstraat 
Via de Kanaalstraat naar de Gouverneurstraat. De eerste stop is bij Elias, vroeger een manufacturenwinkel, nu een goed lopende handelsonderneming. Vandaar naar ons ‘eerste huis’ op de hoek van de Gouverneurstraat en de Wixstraat. Het is bijna onherkenbaar mooi opgeknapt en de huidige bewoners hebben aan de zijkant een tuintje aangelegd.

Het 'eerste' huis
In de tijd dat wij er woonden was het huis lichtblauw en beneden zat de winkel van Fjônfjôn, een Chinees met een hazenlip. Hoe hij in werkelijkheid heette, weet ik niet. Fjônfjôn was zijn bijnaam vanwege zijn spraakgebrek. Dan naar het tweede huis. Ik schrik me rot. Van ‘tante’ Lotje had ik al gehoord dat er een casino in zat, maar ze had er niet bij verteld dat het huis volkomen vervallen is. De benedenverdieping, waar meneer Dilrosun ooit kantoor hield, is nu geheel in beslag genomen door Lotto en andere gokmogelijkheden. 

Het tweede huis werd gokkantoor
Het balkon is verdwenen en aan de zijkant, waar de trap naar onze verdieping was, is een stuk aangebouwd. Op het erf hebben de knippa- en sterappelbomen plaatsgemaakt voor mangobomen en kokospalmen. Het doet een beetje pijn om het huis er zo bij te zien liggen. Godzijdank is de Muloschool in ongeschonden staat. De gebouwen zien er nog hetzelfde uit als begin jaren zestig, alleen zijn de lokalen niet meer open, maar zitten er louvredeuren voor. Ook de bel hangt er nog. 

Ook de bel hangt er nog
Mijn vader vond die bel destijds maar onzin. Hij was niet blij met het regime van het nieuwe hoofd, meneer Leliënveld, een creool die de vlaggenparade ’s-ochtends had ingevoerd en pa suggereerde dat we een foto van meneer Leliënveld boven de bel moesten plakken met daaronder de tekst: In Zwitserland dragen alle koeien een bel. We hebben het niet gedaan.
Van de school naar het huis van ‘the black shadow’, de bijnaam die mijn vader voor mijn zwarte vriendje Johnny Watson had bedacht. In de kamer onder het huis kreeg ik mijn eerste echte zoen. Door naar ‘Bikini’, waar je kon zwemmen, voetballen, volleyballen, midgetgolfen en badminton spelen, dat laatste in het clubgebouw. Er is niets van over. De ruïne van de open bar staat er nog, het zwembad is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een poel, en de overblijfselen van de kleedhokjes zijn er nog. Wat een trieste aanblik. 

De verlaten open bar van Bikini
We lopen via de Achterstraat terug naar het hotel en eten 's avonds bij Pak Hap.

Ing inspecteert bij Pak Hap de tjap tjoy met buitenlandse groente

Geïnteresseerd in Nickerie en zijn geschiedenis? Lees dan hier verder. Kies links de link 'Over Nickerie'.

zondag 20 maart 2011

Kleine foto-impressie van de viering van Holi Phagwa

De voorpret

Chautaal muzikanten 

De wandeling er naar toe

Ingrid en Astrid vol gesmeerd

De aankomst en het subh holi wensen

Het komisch duo

Het andere komisch duo
Eten!

Arrival of the fittest

Erik heeft de DigiD’s van Piet en Wies geactiveerd en de belastingaangiften gedaan. Ook in de vakantie gaat het gewone leven door. Boodschappen gedaan voor de komst van het bezoek, daarna met Edith in de pick-up twee trays Cola weggebracht naar de familie waar we morgen Holi Phagwa vieren. Stipt om 16.00 kwam het busje voorrijden om ons naar Zanderij te brengen om Ingrid en Ton op te halen. De woest rijdende chauffeur reed via omwegen, waardoor we veel van het Surinaamse landschap konden zien. Lang hoefden we niet te wachten, het vliegtuig was op tijd. ’Het ziet er hier uit als Ghana’, merkte Ingrid op. Thuis meteen aan de Parbo en de witte wijn en oeverloos gekletst tot de gasten omvielen van vermoeidheid.

Arrival of the fittest

Plato dus

Op mijn eindexamenlijst uit 1963 prijkte één onvoldoende: een 5 voor Plato. Vermoedelijk was dat cijfer nog geflatteerd, want ik vertaalde de Griekse tekst met de luie minachting voor naamvallen en werkwoordsvormen die mij toen eigen was, en het resultaat was een onbegrijpelijke woordenbrij. Maar dat was niet zo bijzonder, aangezien ik al bijna twee jaar lang vrijwel niets begreep van Plato.
Aan die 5 viel natuurlijk niets meer te doen, maar het intellectuele falen bleef knagen. Direct na mijn eindexamen kocht ik dan ook een tweetal bundels met vertaalde dialogen, vast besloten om die nu eens geconcentreerd door te nemen. Helaas, het onbegrip bleef, zowel voor Plato als voor zijn bewonderaars, en het knagende gevoel verdween.
Veertig jaar later keerde ik, min of meer tot mijn eigen verrassing, terug naar de schoolbanken om mij écht te bekwamen in de klassieke talen. Aan het lezen van Plato kwam ik weliswaar niet toe, maar wel besloot ik opnieuw een poging te wagen om zijn werk te doorgronden, al was het dan in vertaling. En zo ploeg ik mij dan nu – in een buitenwijk van Paramaribo en in de bloedhitte – door alom geprezen ‘meesterwerken’ als Symposium, Politeia, Faidon en de Apologie. En eindelijk begin ik het allemaal te begrijpen. Maar wat ik er nu van moet vinden…? In ieder geval dit: als ik Matthijs van Nieuwkerk was, zou ik er niet over peinzen om Plato uit te nodigen als tafelheer.

zaterdag 19 maart 2011

De Mall

Iedereen wil ons steeds maar naar ‘de mall’ hebben, dus gisterochtend naar de Maretraite Mall gelopen om o.a. bij Blokker (!) een paraplu te kopen en een apparaatje om de muggen te verdrijven die ons in steeds grotere getale aanvallen. Onze benen en armen lijken wel vliegenzwammen in dia positief. We hadden een boodschappenlijstje gemaakt, maar niet alles lukte. ‘Verkopen we wel, maar is op dit moment uitverkocht’. ‘Is in herdruk’. ‘Hebben we niet in uw maat’. ‘We hebben het, maar ik weet niet of het werkt’. De verkoopster bij Blokker bevestigde mijn oma’s overtuiging dat je een paraplu niet binnenshuis moet opsteken, omdat dat ongeluk brengt, en stak hem toen op. De paraplu konden we meteen in gebruik nemen op onze wandeling terug, via de supermarkt. Daar kennen ze ons al, want de cassière zei meteen ‘U neemt de boodschappen zeker op de fiets mee’. De verbazing op haar gezicht toen we antwoordden dat we te voet waren, was bijna komisch. Busje besteld om Ton en Ingrid zaterdag (dit dagboek loopt steeds een dag achter) van Zanderij op de halen en de was weggestreken, die Lilian voor ons had gedaan, met een van Edith geleend strijkijzer. Nicht Ingrid ('ik word 's avonds steeds kippiger') haalde ons om 19.30 in haar rode Suzuki op om te gaan eten bij Pawiro, de warung waar we eerder deze week aten met Edith en Sharda. Het was weer om je vingers bij op te eten. 

Eten bij Pawiro

vrijdag 18 maart 2011

En toen kwam Edith met het mes*

Ik slaap al twee nachten een stuk beter dan voorheen. Hoe dat komt? Ik leg een mes onder mijn matras. Ik had tegen zus Edith geklaagd over mijn slaapprobleem en die kwam met deze voor de hand liggende oplossing. Ze was er verbaasd over dat onze moeder me dit nooit had verteld en nog verbaasder dat moeder deze remedie zelf niet toepaste. Dus moeder, als Jeannet dit voorleest: leg een groot scherp mes of een schaar onder je matras en je zult zien: je slaapt als een roos.
Naar de stad gegaan om de wandeling af te maken die we zondag waren begonnen. Tessa Leuwsha heeft een informatieve gids geschreven, maar van het uitzetten van een route heeft ze geen kaas gegeten. We liepen herhaaldelijk verkeerd, maar de plattegrond bracht uitkomst. Het verbaast ons niets dat de binnenstad van Paramaribo op de werelderfgoedlijst staat. Hij is mooier dan de binnenstad van Amsterdam, hoewel er hier en daar (net als in Amsterdam) verwaarloosde panden staan. Het ministerie van Sociale Zaken is gevestigd in het meest vervallen pand dat we zijn tegengekomen. In de Keizerstraat staan de - beetje protserige - moskee en de synagoge broederlijk naast elkaar. Kom daar maar eens om in Nederland. In de Gravenstraat, tegenwoordig Henck Arronstraat, nog een keer naar de kathedraal, waar we nu vrij konden rondlopen omdat er geen mis was. Geen puf meer voor de palmentuin, te warm. Aan de onvermijdelijke Waterkant een vlerk gekloven en terug naar huis. Zus had heerlijke tjap tjoy met garnalen gemaakt. 

*Vrij naar Nicolien Mizee 

De moskee

De synagoge ernaast

Astrid kluift een vlerkje

donderdag 17 maart 2011

Dolfijnen!

Audrey kwam gisterochtend vroeg het appartement schoonmaken en wij maakten dat we wegkwamen. We fietsten naar Leonsberg waar een duidelijk alcoholische Hindoestaan ons – met fietsen – in een korjaal overzette naar de andere kant van de rivier. Hij deelde ons laconiek mee dat er waarschijnlijk om een uur of vier wel een bootje terug zou gaan. Vanaf de steiger naar het Openluchtmuseum Nieuw Amsterdam gereden. Erik tegen een paar wegwerkers aan wie we de weg vroegen: 'Goedemorgen, wij zijn speciaal uit Nederland gekomen om u goedemorgen te wensen.' De mannen 'kwamen niet meer bij' en stuurden ons de goede kant op. Mooi, Commewijne, heel rustig, geen huizen met diefijzers. We gaan er nog een tweedaagse fietstocht doen met Ton en Ingrid. In het museum was nog geen kip, en er kwamen er in de loop van de ochtend ook niet veel bij. Een Nederlands stel dat we zondag ook in Fort Zeelandia zagen rondlopen, arriveerde wat later in een auto met een voor die dag gehuurde privégids. Veel aandacht voor de slavernij, ook de hedendaagse. 
Een medewerker van het museum, die ons de oren van de kop kletste, vooral over zijn familie, maar die we nauwelijks konden verstaan, zei dat er heus wel eerder dan vier uur een bootje zou zijn om ons terug te brengen en dat was ook zo. Een onverwacht cadeautje waren de dolfijnen die in de monding van de rivier buitelden. Helaas te ver om een foto te kunnen maken. Nog even naar Choi, de airconditioned supermarkt waar je tegen Nederlandse prijzen alles kunt kopen, zelfs Iglo spinazie à la crème en Kruitvat paracetamol. 
’s Avonds op Blauwgrond in een Javaanse warung gegeten. Zo smaakten in mijn jeugd de saté en petjil (gado gado, maar dan met kouseband, dagoeblad en verrukkelijke pindasaus) en zo heb ik ze in Nederland nog nooit gegeten. Veilig door Sharda weer thuisgebracht.

Geen dolfijnen kunnen fotograferen, wel een bakra in een korjaal

Adjudant Waltmans bij een tank